Materiaal versus schaakmat

Minder ervaren schakers in onze Europese contreien hebben soms de neiging om enkel pionnen en stukken aan te vallen, en daarmee wordt men misschien onbewust erg materialistisch, en vergeet men een belangrijk ding wat in de tijdnood fase van een partij ook bijzonder handig kan zijn : “Schaakmat beeindigt de partij onmiddelijk!”. Deze drang naar bezit van schaak materiaal kan er ook voor zorgen dat het offeren van eigen materiaal moeilijker wordt. Hier een erg mooi voorbeeld van materie versus tijd, activiteit en schaakmat.

In deze stelling dreigt zwart remise te maken met eeuwig schaak. Wit vindt een fraaie winstweg met een opmerkelijk pionoffer dat de zwarte koning kwetsbaar maakt.

Complete partij staat hier (web link).

Het kwaliteitsoffer (2)

In het vorige artikel over het kwaliteitsoffer zagen we dat je, als vuistregel, in principe al een kwaliteit kunt offeren als je er minstens een pion bij krijgt. Hieronder in deze externe wedstrijd partij krijgt Henk (wit) al meer dan een pion erbij.

De partij werd in de tijdnood fase nog remise, maar mooi om te zien dat de kwaliteitsoffer kansen uitstekend werden waargenomen.

Een ander verhaal is de zogenaamde kleine kwaliteit. Twee lichte stukken tegen een toren. Qua materiaal, houtjes tellen, is dat 6 tegen 5 punten, maar in de praktijk is het nog niet zo eenvoudig. Als de lichte stukken goed kunnen samenwerken en goede steunpunten hebben, en als de toren geen aanvalsobjecten heeft (Torens zijn erg goed om pionnetjes mee weg te snoepen), dan hebben de twee lichte stukken winstkansen. Als de toren wat pionnen kan meesnoepen en dan een vrijpion kan helpen om naar de overkant te dreigen te promoveren, dan heeft de toren partij winstkansen.

Hier een eenvoudig voorbeeld partijtje waarin zwart de kleine kwaliteit wint.

Zwart heeft hierna materieel voordeel, maar het is niet zomaar een twee drie gewonnen. Remise is niet onwaarschijnlijk.

Voorst – Zevenaar 1 : 3.5 – 4.5

Op bord 8 gaf invaller Yannick goed partij, maar moest uiteindelijk de koning omleggen. Op bord 7 speelde een andere invaller, Tonie Claessen, een zeer fraaie partij, en won snel.

Op bord 6 gingen bij Thomas de dames er vrij snel af, en er zat weinig muziek in de symmetrische stelling : remise. Op bord 5 ging Arie de risico’s niet uit de weg en speelde, a la Caruana-Carlsen, de Svesnikov Siciliaan met wit. Arie kwam gewonnen te staan, maar de winst lag niet zeer gemakkelijk voor het grijpen, en uren later was remise een feit. Op bord 4 moest Kevin na de opening even “keepen”, en speelde daarna een bijzonder puik toreneindspel waarbij de lokale eindspel training vruchten afwierp. Bravo! Op bord 3 speelde Albert Janssen met wit tegen de Franse verdediging waarbij zwart na een paar foutjes al vrij snel aan de noodrem moest trekken, en wit het punt binnen haalde. Op bord 2 speelde Guust tegen de nummer 1 van Voorst, en kwam snel in de problemen in de opening. Na zorgvuldig en geduldig “keepen” werd een kostbaar half punt in de wacht gesleept. Op bord 1 won Justus met wit een pion en de kwaliteit maar zwart had compensatie en de zwartspeler trok langzaam maar zeker het punt naar zich toe. Een nipte overwinning aan het einde van het seizoen. Nog een laatste wedstrijd te spelen. Kampioen worden zit er niet meer in na vandaag. De koploper Pallas won ook.

Hier nog het verslagje van de website van Voorst :

Bij de schakers van Voorst 1 gaat het de afgelopen ronden stroef in de landelijke competitie. De laatste thuiswedstrijd werd gespeeld tegen het sterke Zevenaar 1. Het begin was teleurstellend door een snelle nederlaag van Richard van Tienhoven. Ook voor invaller Marcel Kraaijkamp was een nederlaag al snel onafwendbaar. Een riante voorsprong voor de bezoekers werd geconsolideerd door de remise van John Sloots. Jeroen Bosch was de vorige ronde verantwoordelijk voor een blamage. Dit keer sloeg hij keihard terug. Hij offerde een kwaliteit en liet daarna zijn sterke tegenstander volkomen kansloos. Paul Tulfer stond zijn hele partij goed en wist dit ondanks de tijdnood te verzilveren tot een overwinning. Met een gelijke tussenstand boden de laatste drie partijen perspectief. Lutsen Dooper wist ondanks een wat mindere stelling remise uit het vuur te slepen. Helaas trok Michiel Jansen in een toreneindspel aan het kortste eind. Aan teamleider Rudy Bloemhard de opgave om een gelijkspel uit het vuur te slepen. Met een pion voorsprong bood zijn stelling zeker mogelijkheden. Hij had echter ook tijdnood en, niet te onderschatten, een erg sterke tegenspeler. Uiteindelijk moest hij berusten in remise. Hierdoor ging Voorst met een nipte nederlaag onderuit. Het degradatiespook zweeft, met nog 1 ronde te spelen, ergens tussen hoop en vrees.

Edese S.V. 1 – Zevenaar 2 (SOS 1) 5 – 3

Op bord 8 kwam Jan Elfrink onder druk te staan met zwart. Wit kon e5 spelen en had ruimte overwicht, maar Jan hield goed stand en remise was een feit. Op bord 7 had Daniel een interessante partij. Zijn tegenstander ging heel snel over op een offensief op de koningsvleugel, offerde twee pionnen, en kreeg daarvoor initiatief. Daniel hield goed stand, maar heeft ergens betere zetten gemist. Een tijd later stond er een verloren eindspel op het bord met een toren voor wit met wat pionnen versus loper en paard en twee verbonden vrijpionnen voor zwart. Op bord 6 ging er bij Tonie tactisch wat mis in een stelling die er onschuldig uitzag op het eerste gezicht. Jeroen speelde op bord 5 een fantastische partij, die in aanmerking komt voor de schoonheidsprijs.

Op bord 4 leek de tegenstander van Hans in een mataanval te gaan winnen, maar Hans wist het tot een verlies van de kwaliteit te beperken. Zonder compensatie echter, en wit won. Op bord 3 speelde Henk wederom een zeeslang partij. Won een pion, maar had een slechte loper tegen mooi paard, en zwart had licht initiatief over de h lijn. Toen zag Henk een tactische paardvork over het hoofd. Hij zat niet bij de pakken neer en vond een fraaie tussenzet, offerde daarna de kwaliteit en met beiden nog ongeveer 3 minuten op de klok werd tot remise besloten.

Op bord 2 bij Marijn gingen vrij snel allerlei lichte stukken van het bord, en remise was daarna een feit.

Op bord 1 speelde ik een matige partij. Ik kon me niet goed concentreren met het gepiep van het lopen over de vloer er vlak naast, en vreesde te gaan verliezen. Mijn tegenstander deed echter niet altijd de beste zetten, en na stug volhouden werd tot remise besloten.