Verslag door Guust Homs
In de tweede ronde van de KNSB-competitie behaalde Zevenaar 1 een dik verdiende puntendeling tegen de zeer sterke Arnhemse Schaakacademie, dat met Bob Beeke en oude bekende GM Ruud Janssen op volle oorlogssterkte was. Op 3 oktober 2026, een heerlijke nazomerdag, waren de Zevenaarders eigenlijk dichterbij de overwinning dan de Arnhemmers.
Thomas Verfürth wilde tegen een “2200-speler’ geen risico’s nemen en koerste met een voor hem bekende lange variant af op een gelijkstaand eindspel. Zijn tegenstander weigerde eerst nog een remiseaanbod, maar niet veel later werd de vrede getekend (½-½).
Oiliver Boxberg was de enige Zevenaarder die tegen iemand met een lagere rating speelde en kwam dicht bij de overwinning. Na een goed middenspel kwam hij in een duidelijk beter eindspel terecht met loper en paard elk. Oliver kon een pion winnen, maar wel met lopers van ongelijke kleur. Daarom koos hij voor de verste vrijpion, maar dat liep uiteindelijk remise. Tot zijn grote teleurstelling gaf het schaakprogramma op de telefoon bij de Chinees na afloop de winstvoering. Oliver had een niet te stoppen vrijpion kunnen creëren (1-1).
Kevin Verfürth mocht het opnemen tegen GM Ruud Janssen en kwam zonder problemen door de opening. Daarna vond hij het goede plan niet, deed een paar mindere zetten, kwam in een penning terecht en zijn stelling stortte in (1-2).
Guust Homs kwam heerlijk uit de opening en op de 16e zet moest zijn tegenstander al kiezen tussen pionverlies of kwaliteitsverlies in een gesloten stelling. Deze koos voor het laatste. Guust kon de stelling openen en met zijn torens binnendringen en had de keuze tussen verschillende winstwegen. Hij koos voor afwikkeling naar een gewonnen pionneneindspel (2-2).
Steffen Niemann kreeg een agressieve opening voorgeschoteld. Hij speelde dat goed tegen met een leuk schijnoffer. Helaas kon Steffen in de ingewikkelde stelling het goede plan in het vervolg niet meer vinden en door sterk vijandig zwaar materiaal verloor hij in de aanval (2-3).
De wedstrijd was met een meevaller begonnen , omdat Vincent Pelgrom al na 6 zetten een pion won met een schaakje. Daarna ving hij de wanhoopsaanval van zijn tegenstander goed op en won na 34 zetten een stuk. De Arnhemmer speelde belachelijk lang door. Vincent bleef rustig, plukte hem helemaal kaal en besloot met een minorpromotie om pat te voorkomen (3-3).
De laatste twee partijen gingen tot het gaatje en duurden nog bijna twee uur langer. Thorsten Brandt speelde een geweldige partij en had de hele partij een prettige plus. Hij dwong tot dameruil en stond zeer goed in het eindspel, met een loperpaar en met zijn torens had hij de d-lijn stevig in handen. Handig manoeuvrerend wist Thorsten dat om te zetten naar een pluspion en er ontstond een lopereindspel, dat inderdaad heel lastig te winnen was. Thorsten liet met een engelengeduld een fluwelen techniek zien en scoorde het volle punt.
Lars Günther speelde een goede partij tegen een goede tegenstander en had de hele partij zicht op een resultaat. In het eindspel met toren en paard elk werd lang gestreden en had Lars last van twee kwetsbare pionnen. Toch gaf de computer het achteraf als gelijk, maar dan had Lars wel zijn vrije a-pion moeten opspelen. Na dit nagelaten te hebben met een paar minuten op de klok, ging een pion verloren, werden de paarden geruild en ging het toreneindspel met één pion tegen twee verbonden vrijpionnen helaas verloren (4-4).
